uitvoerGegenereerd met GrafReden met behulp van AI
Lieve familie, lieve vrienden,
dank je wel dat je hier bent,
om samen het leven te vieren van Cornelia Elisabeth Jansen,
voor ons allemaal: Oma Corrie.
Vandaag doen we iets wat tegelijk moeilijk en mooi is.
We nemen afscheid,
maar we houden haar dichtbij door te vertellen,
door te lachen, door stil te zijn,
en door te voelen hoe groot haar invloed in ons leven is geweest.
Oma Corrie werd geboren op 3 mei 1941, in Rotterdam.
Ze kende de onrust van evacuatie tijdens de wederopbouw,
het geduld van beginnen met weinig,
en de kracht van doorzetten met veel liefde.
In de bakkerij van haar ouders leerde ze wat werkelijke rijkdom is:
de geur van vers brood in de vroege ochtend,
warme handen in deeg,
en mensen die binnenkomen als klant en weggaan als buur.
Op de markt ontmoette ze opa, onze Arie.
Twee mensen, beide met twinkeling in de ogen,
die 58 jaar lang elkaars thuis zijn geweest.
Samen bouwden ze een gezin:
Mirjam, Karel en Ineke,
en later zeven kleinkinderen,
die allemaal weten hoe het voelt om ergens altijd welkom te zijn.
Oma was hartelijk, ondernemend en gul,
met die ondeugende lach die kon zeggen:
kom, we doen het gewoon,
en zo niet, dan nog steeds.
Ze was mede-eigenaar van de buurtbakkerij,
maar eigenlijk was ze eigenaresse van iets groters:
een huis dat altijd open stond.
Een plek waar de ketel al floot voordat je “dag” had gezegd,
waar het brood nog warm was,
en waar je nooit wegging zonder iets mee—een koek, een boterham, een hart onder de riem.
Ze was een meester in stroopwafels,
maar het recept was méér dan bloem en stroop.
Het was tijd nemen,
oogcontact maken,
iemand écht zien.
Ze deelde gevlochten krentenbrood met dezelfde toewijding als haar verhalen over vroeger,
en ze gaf aan de buurt wat iedereen nodig had:
een plek om samen te komen, kerk of buurtvereniging,
een lied in het koor,
een kaartje bij de keukentafel,
een hand in de volkstuin,
een fotoboek waarin niemand werd vergeten.
Ik sta hier als haar oudste kleindochter.
Elke woensdag na school was ik bij haar,
en elke woensdag leerde ik iets.
Niet alleen hoe je deeg voelt als het klaar is,
maar hoe je een dag zacht kunt maken voor een ander.
Mijn mooiste herinnering?
Koningsdag, samen stroopwafels bakken,
het hele huis dampend,
en wij tweeën in een vrolijke roes van suiker en lachen.
We deelden ze uit aan de hele straat,
en oma zei dan: “Zo, nu is iedereen even koning.”
Dat was precies wie ze was:
iemand die mensen kroont met aandacht.
Oma hield van bakken, kaarten, de volkstuin,
van zingen in het koor en fotoboeken maken.
Ze kon met een stapel foto’s de tijd stilzetten,
zodat je even kon schuilen in een moment dat nooit veroudert.
En aan de kaarttafel—met die licht samengeknepen ogen en een glimlach
die deed vermoeden dat zij jouw troefkaart allang had geroken—leerde ze ons
dat winnen leuk is, maar samen lachen leuker.
In alles wat ze deed, droeg ze haar waarden zichtbaar mee.
Samen delen.
Hard werken.
Dankbaar zijn voor de kleine dingen.
Een eerste kop koffie in de ochtendzon.
Een bakblik dat precies past.
De stilte na het zingen, waarin je weet: we hebben iets samen beleefd.
Ze was de eerste om een schort om te binden,
en de laatste om te gaan zitten.
Ze geloofde dat er altijd nog één stoel bij kan,
altijd nog één boterham extra,
altijd nog een reden om iemand bij naam te noemen.
We zullen zóveel aan haar missen.
De voordeur die nooit op slot leek.
De geur van vers brood die al op de hoek van de straat begon.
De verhalen over Rotterdam, de markt, de wederopbouw,
waarbij ze in één adem geschiedenis en hartstocht serveerde.
En die ondeugende lach,
waarmee ze de zwaarte uit een kamer haalde
en er ruimte kwam voor licht.
Aan opa, lieve Arie:
dank je wel voor 58 jaar liefde naast haar.
Jullie huwelijk was voor ons allemaal een anker.
Jullie lieten zien dat trouw niet luid is,
maar zit in iedere dag opnieuw kiezen voor elkaar,
in samen vroeg opstaan,
in samen laat afwassen,
in samen lachen om mislukte koekjes
en toch opnieuw proberen.
Wat jullie samen hebben gebouwd, dragen wij verder.
Aan Mirjam, Karel en Ineke:
jullie kregen van haar niet alleen een jeugd vol warmte,
maar ook een gereedschapskist voor het leven:
hoe je geeft zonder op te schrijven wat het je kost,
hoe je werkt zonder je hart te verliezen,
hoe je dank je wel zegt voor een klein gebaar.
Jullie kennen haar recepten—van koekjes en van moed—
en jullie hebben ze doorgegeven aan ons.
Aan alle kleinkinderen, mijn neven en nichten:
wij zijn de gelukkigen die wisten hoe het voelt
dat één huis je tweede thuis is.
Wij leerden bij haar dat je altijd iets kunt doen:
de tafel dekken, het deeg kneden, de planten water geven,
of gewoon even naast haar zitten en luisteren
terwijl het water opstaat voor thee.
Laten we haar nalatenschap levend houden
in hoe wij elkaar welkom heten,
in hoe we tijd maken,
in hoe we de woensdag in ere houden—op welke dag dan ook.
Oma was jarenlang actief in de kerk en de buurtvereniging.
Ze geloofde in gemeenschapszin,
niet als groot woord, maar als kleine gewoonte:
een pan soep op het juiste moment,
een lied dat meer betekent dan de noten,
een stoel die naar voren wordt geschoven voor iemand die nieuw is.
Wie vandaag hier zit, weet:
er is ooit voor jou een deur open gedaan.
Dat was oma.
Het is goed om te mogen rouwen,
en het is mooi om te mogen vieren.
Vandaag doen we beide.
We laten tranen,
omdat we haar missen,
en we glimlachen,
omdat we haar hebben gehad—83 volle jaren,
van 3 mei 1941 tot nu,
met seizoenen van werk en zang,
met markten en ovens,
met Koningsdagen en kerstdagen,
met kaarten op tafel en foto’s in albums,
met handen die nooit leeg waren.
Wat ik haar in het bijzonder wil zeggen, namens ons allemaal:
dank je wel, oma,
voor het gevoel van thuis dat je hebt gecreëerd.
Voor het huis dat nooit alleen een huis was,
maar een haven.
Voor je vertrouwen dat wij het verder kunnen.
En dat is zo.
Wij dragen je verder in alles wat we doen.
In elke schaal die we invetten,
in elke tuin die we omspitten,
in elke kaartavond die uitloopt,
in elke fotopagina waar we namen bij schrijven,
zodat niemand vergeten wordt.
Misschien is dat wel haar grootste les:
dat je het leven viert door het te delen.
Dat tijd de mooiste valuta is.
En dat je, als je niet weet waar te beginnen,
een kop thee zet, een stoel aanschuift,
en luistert.
Lieve oma Corrie,
we zullen je missen, elke dag een beetje en soms ineens heel veel.
Maar als straks de zon laag staat en het huis naar brood ruikt,
als ergens in de buurt een koor inzingt,
als iemand lacht met een beetje ondeugd,
dan weten we:
je bent dichtbij.
Voor nu zeggen we geen vaarwel,
maar ga in vrede.
Wij houden de oven warm,
de deur op een kier,
en jouw waarden in ons hart.
Dank je wel, oma.
Voor alles wat je gaf,
voor alles wat je was,
en voor alles wat in ons blijft.